Woord vooraf bij de rasstandaard van de Saarlooswolfhond

Raszuivere honden werden en worden als de aristocratie onder de honden gezien.  Boeren, arbeiders en burgers hadden vroeger ordinaire bastaarden, de vuilnisbakkies. In adellijke kringen werd de rashondenfokkerij bedreven. Een rashond moest daarom ‘adel’ hebben om de tegenstelling tussen de nobele, raszuivere hond en de armetierige, onzuivere bastaard te benadrukken.

De rashondenfokkerij kwam in de 20-ste eeuw ook binnen bereik van niet-adellijke personen. Fokkers probeerden het ideaalbeeld, beschreven in de rasstandaard, zo snel mogelijk te bereiken met incestparingen. Het gevolg was dat de genenvariatie in sommige rassen vrijwel volledig werd verwoest. Rashonden hebben in de loop der tijd dus veel schade opgelopen. Klein kan altijd kleiner en kort kan altijd nog korter in de rashondenfokkerij.  Veel hondenrassen werden ziek door de drang naar geld, status en aanzien van hun baasjes.

De AVLS is niet per se tegen het showen van honden op tentoonstellingen, maar vindt een gezonde, vitale hond veel waardevoller dan een showhond die ‘perfect’ aan de standaard voldoet. Onze leden hechten ook niet zo aan kampioenschapsprijzen met al die bekers en lintjes. Daarmee zijn we een beetje een vreemde eend in de hondenwereld.

Tot slot bedanken we Rob van Wijk, Gerard de Moor, Marian van der Veen, Jan Dirkzwager, Erik Godijn, Michelle Schneider, Marianne Eggink, Ineke Pompen, Johan Berends, Ingeborg Peper, Grit Fischer, Carmen Tischler, Esther van Rijnstra, Didier Prongué, Stephan Gourdon en Thomas Bakke voor het beschikbaar stellen van foto’s van hun Saarlooswolfhonden. De foto’s zijn een goede illustratie bij de rasstandaard. Ook veel dank aan Sara Rosa Dioguardi die de tekst in het Italiaans vertaalde. In 2015 verving de F.C.I. de verouderde tekst uit 1993 door onderstaande tekst.