Oogafwijkingen

Bij de hond komen verschillende, erfelijke oogafwijkingen voor. De honden worden onderzocht door oogartsen die zijn aangesloten  bij de E.C.V.O. (European College of Veterinary Ophthalmologists). Dit is een lijst met officiële ECVO klinieken.

Bij het onderzoek wordt een formulier gebruikt waarop de onderzoeksresultaten worden genoteerd. De uitslag van het onderzoek  is 12 maanden geldig. Als je met je hond wilt fokken, moet je dus minstens 12 maanden voorafgaand aan de dekking de reu en de teef laten onderzoeken. Voor AVLS fokkers is dit verplicht volgens het verenigingsfokreglement.

De volgende oogafwijkingen en -ziektes zullen we bespreken.

ECVO rapport

Het ECVO formulier

Membrana Pupillaris Persistens (MPP)
Een aangeboren oogafwijking die zelden voorkomt. Als gevolg van een storing in de ontwikkeling blijven er restjes achter van het embryonale lensvaatnetje dat voor de geboorte de voorzijde van de lens van voedingsstoffen moest voorzien. MPP komt in vele vormen voor. Er zijn kleine pigmentklontjes achtergebleven op de voorkant van de lens of tegen de binnenkant van het hoornvlies. Het lijkt soms of de hond als pup een beschadiging aan het oog heeft opgelopen. Soms kan MPP ook grauwe staar of cataract veroorzaken (zie verder) of gepaard gaan met andere oogafwijkingen. Een behandeling is vrijwel nooit noodzakelijk. Honden met een ernstige vorm van MPP kunnen beter worden uitgesloten van de fokkerij. In het outcrossprogramma van de Saarlooswolfhond met de Zwitserse witte herder werd 1 licht geval van MPP geconstateerd.

Persisterende hyperplastische tunica vasculosa lentis/primair vitreum (PHTVL/PHPV)
Een zeldzaam voorkomende, aangeboren oogafwijking. Door een storing in de ontwikkeling blijven er restjes achter van het embryonale lensvaatnetje dat voor de geboorte de achterzijde van de lens van voedingsstoffen moest voorzien. Bij graad 1 zijn er kleine restjes van het lensvaatnetje achtergebleven. Bij de ernstige vormen (graad 2-6) blijven grotere delen achter die tevens kunnen gaan woekeren. De lensinhoud wordt langzaam troebel (cataract). Als de hond blind is door de ernstige vormen van deze afwijking is een operatie mogelijk. De prognose van een geslaagde operatie is echter laag: circa 50 %.

Cataract (Congenitaal) 
Congenitaal cataract betekent aangeboren cataract. Het is ontstaan voor of net na de geboorte tot ongeveer de 6e  à 8e  levensweek. Cataract of grauwe staar is een abnormale troebeling van de lens. De lens behoort helder te zijn voor een goed zicht. Vanaf ongeveer 6-jarige leeftijd kan in het centrale deel van de lens een grauwe waas (sclerose) ontstaan. Dit ouderdomscataract is normaal en veroorzaakt geen blindheid.

Een abnormale troebeling van de lens en/of de lenskapsel komt regelmatig voor bij mens en dier. Cataract kan aangeboren zijn of verkregen. De belangrijkste groep van de verkregen cataracten is die van de erfelijke vormen.

Het komt ook voor dat cataract het gevolg is van diabetes (suikerziekte). Als een hond veel drinkt, is het verstandig het bloedsuikergehalte te laten bepalen. Cataract door suikerziekte verslechtert in het algemeen snel. Als een klein deel van de lens door cataract troebel is geworden, kan het gezichtsvermogen nog redelijk goed zijn maar de dieren kunnen al binnen enkele weken blind zijn.

Retina Dysplasie (RD)
Een aangeboren en erfelijke netvlies-/vaatvliesafwijking die kan variëren. De lichtste gevallen kennen onbeduidende kleine, locale plooitjes in het netvlies. Deze vorm veroorzaakt geen merkbare oogproblemen voor het dier. In de jaren 2010 tot 2020 werd bij 3 Saarlooswolfhonden deze lichte vorm van RD geconstateerd. De middenvorm kent grotere plooien of locale loslatingen met later netvliesdegeneratie (verval). Deze vorm kan gezichtsuitval van kleine gebiedjes van het netvlies veroorzaken. Dit is aan de hond vrijwel niet te merken. Pas in het eindstadium kunnen de honden verlies van gezichtsvermogen gaan vertonen. De ernstige vormen hebben grote plooien of totale retinaloslating. Hier treedt een ernstige vermindering van het gezichtsvermogen of zelfs totale blindheid op. Het netvlies kan soms nog wotden vastgezet door middel van laser of vriezen. Dit is echter alleen zinvol als het netvlies nog niet geheel losligt.

Hypoplasie/Micropapilla
Bij de micro- en de hypoplastische – niet functionele – papil is de kop van de oogzenuw onvoldoende ontwikkeld wat zich uit in een vermindering van het aantal zenuwvezeltjes en zenuwcellen. Het gezichtsvermogen van een oog met een hypoplastische papil is vrijwel nihil.

Colly Eye Anomaly
Deze aangeboren afwijking komt vooral voor bij de Schotse Herdershond en de Shetland Sheepdog. Het is een afwijking waarbij het netvlies, het vaatvlies en de oogzenuw betrokken kan zijn. De ernst van de afwijking bepaalt de mate waarin het gezichtsvermogen is aangetast.

Ligamentum Pectinatum Abnormaliteit
Een aangeboren afwijking van de afvoer van het oogvocht. Er worden drie types onderscheiden. Een deel van de honden met deze afwijking ontwikkelt een hoge oogdruk (glaucoom) waardoor blindheid kan ontstaan.

Entropion/Trichiasis
Entropion is een afwijking waarbij het ooglid naar binnen krult. Zowel in het gehele onderooglid, delen daarvan, het bovenooglid of de binnenooghoek kan Entropion voorkomen. Entropion komt bij veel rassen voor. Bij Trichiasis irriteren haren door een afwijkende stand de bindvliezen en/of het hoornvlies.

Ectropion/ Mecroblepharon
Dit is het naar buiten openhangen van de onderste oogleden, bijvoorbeeld bij de Bloedhond. Het rode slijmvlies is dan goed zichtbaar.

Distichiasis/Ectopische Cilie
Bij distichiasis komen enkele of meerdere haartjes op de vrije ooglidrand door de openingen van de kliertjes van Meibomius heen. Als deze haartjes fijn en zacht zijn, veroorzaken ze geen irritatie. Zijn de haartjes stug dan kan beschadiging van het hoornvlies optreden. In de jaren 2010 tot 2020 werd bij 6 Saarlooswolfhonden distichiasis gecontateerd.

Bij ectopische cilie bevinden zich een of meer haartjes in een kliertje van Meibomius, maar dit komt niet door de opening op de ooglidrand zelf naar buiten, maar wel door het slijmvlies van het ooglid. Het hoornvlies wordt dan beschadigd. De ectopische cilie bevindt zich meestal in het midden van het bovenooglid.

Cornea Dystrophie
Bij deze aandoening wordt het hoornvlies (de cornea) troebel door het ontstaan van neerslagen, meestal centraal op het hoornvlies. In het midden wordt dan een doffe plek gezien. De hond heeft er geen last van. Meestal wordt geadviseerd de voeding aan te passen.

Cataract (Niet Congenitaal)
Dit heet ook wel jeugdstaar, maar de term is wat misleidend. Bij veel hondenrassen treedt het op in de eerste levensjaren, maar het kan ook nog op latere leeftijd optreden. Het onderscheid met het normale verouderingsproces van de lens (de bekende blauwe waas bij oudere honden) is meestal goed te maken. Bij niet congenitale cataract zijn  in de lens troebelingen aanwezig. Dat kunnen kleine plekjes zijn die lange tijd stabiel blijven en niet of nauwelijks een vermindering van het gezichtsvermogen geven. Maar ze kunnen ook in ernstige mate voorkomen en/of uitbreiden en blindheid van het aangetaste oog veroorzaken. Cataract kan aan één oog voorkomen, of beiderzijds. Het komt bij veel rassen voor. In de jaren 2010 tot 2020 werd bij 13 Saarlooswolfhonden cataract geconstateerd. Eén hond werd voorlopig niet vrij gegeven.

Lens Luxatie (primair)
Het loslaten van de lens komt vooral voor bij kleine Terriërs en treedt meestal op rond de 4 jarige leeftijd. Een lensloslating kan een drukverhoging (glaucoom) in het oog veroorzaken en tot blindheid leiden.

Retinadegeneratie/Progressieve Retina Atrofie (PRA)
Dit is een netvliesafwijking die bij veel rassen voorkomt en in het eindstadium tot blindheid leidt. Het begint meestal met slecht zien in het donker (nachtblindheid) en leidt uiteindelijk na enkele jaren tot volledige blindheid. Voor PRA bestaat geen behandeling. PRA ontwikkelt zich bij veel rassen pas na het derde of vierde levensjaar. Voor die tijd is er aan de hond niets te merken en bij het oogonderzoek ook niet te zien. Voor een aantal rassen bestaat er nu een DNA-test, waardoor bij pups al is vast te stellen of de hond genetisch vrij is of dat er een kans is op dragerschap of lijderschap. Dit is bij de Saarlooswolfhond helaas nog niet het geval. De verwachting is dat deze ontwikkelingen de komende jaren zullen doorgaan, waardoor het wellicht ook voor ons ras mogelijk zal zijn PRA door middel van DNA-technieken op te sporen. Het aantal lijders neemt bij de Saarlooswolfhond de laatste jaren wel af. In de jaren 2011 tot 2020 werden 244 Saarlooswolfhonden op PRA onderzocht. Van de 22 onderzochte honden uit de populatie van de NVSWH werd bij 4 honden PRA geconstateerd. Van de 222 onderzochte honden uit de populatie van de AVLS/Overige fokkers werd bij 2 honden PRA geconstateerd.

Drie uitslagen mogelijk
Op het ECVO onderzoeksformulier kunnen drie uitslagen van oogafwijkingen en -ziektes worden gegeven:

  1. Vrij. De hond heeft geen verschijnselen van de oogafwijking. Dit betekent niet dat de hond de afwijking niet kan doorgeven aan de nakomelingen. De hond kan immers drager zijn van de erfelijke ziekte. Ook is het niet uit te sluiten dat de hond de afwijking later zelf alsnog krijgt.
  2. Niet vrij. De hond heeft duidelijk de klinische symptomen van de oogafwijking en is definitief niet vrij gegeven.
  3. Voorlopig niet vrij. De hond heeft de klinische symptomen van de oogafwijking die nader onderzoek vereisen.

LET OP. Krijgt de hond de uitslag ‘voorlopig niet vrij’ dan moet deze uitslag beschouwd worden als ‘niet vrij’ totdat het ECVO panel anders heeft besloten. Bij twee verschillende uitslagen wordt de meest negatieve uitslag aangehouden totdat de hond is onderzocht door het ECVO panel. Het oordeel van dit panel is doorslaggevend en geldt als definitieve uitslag.

Vanaf welke leeftijd wordt een hond onderzocht?
De AVLS adviseert een Saarlooswolfhond vanaf de leeftijd van 12 maanden te laten onderzoeken op oogafwijkingen. Lensluxatie en PRA bijvoorbeeld ontstaan pas na enkele jaren. Een eenmalig onderzoek is dus niet voldoende.

Het ECVO panel
Vier maal per jaar komen de ECVO specialisten bijeen op de Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren in Utrecht. Dat panel beoordeelt honden bij wie afwijkingen zijn vastgesteld die nader onderzoek vereisen. Het kan zijn dat het voor de oogarts niet zeker is of de afwijking in het beeld van een erfelijke oogafwijking past. Hij zal dan de mening van zijn collega’s willen weten.

Ook komen situaties voor waarbij de ECVO voorschrijft dat de hond op een panelbijeenkomst opnieuw moet worden beoordeeld. Als de resultaten van twee oogonderzoeken van verschillende artsen bij dezelfde hond niet met elkaar overeenkomen beslist het panel. In dat geval wordt altijd de meest ongunstige uitslag aangehouden tot de hond wederom is onderzocht.

Het ERG onderzoek
ERG is de afkorting van Elektro Retinogram. Bij het PRA onderzoek wordt de hond soms onder volledige narcose gebracht om heel nauwkeurig de reactie van de oogzenuw op lichtimpulsen te kunnen meten. Met het reguliere oogonderzoek kunnen deze specifieke gegevens niet verkregen worden. Dit onderzoek vereist hoogwaardige apparatuur die alleen bij universiteitsklinieken aanwezig is.

Het fokbeleid van de AVLS
Onderzoek naar erfelijke oogafwijkingen bij fokdieren is verplicht gesteld door de AVLS. De uitslag is een jaar geldig. Beide ouderdieren moeten daarom minimaal 12 maanden of korter vóór de dekking onderzocht zijn op het voorkomen van erfelijke oogafwijkingen. De honden moeten op het moment van onderzoek minimaal 22 maanden oud zijn.  Fokdieren die lijders aan PRA en/of erfelijke cataract hebben voortgebracht, zijn bewezen dragers en mogen niet met andere dragers van PRA en/of erfelijke cataract worden gecombineerd. Met nakomelingen van later bekend geworden PRA lijders of lijders aan erfelijk cataract mag niet vóór de leeftijd van 3 jaar worden gefokt. Bij deze honden moet op een minimale leeftijd van 34 maanden een oogonderzoek plaatsvinden. Indien de hond op of na de leeftijd van 7 jaar wordt ingezet voor de fokkerij hoeft het ECVO onderzoek niet meer herhaald te worden als deze hond in eerdere onderzoeken steeds werd vrijgegeven. Zie ons verenigingsfokreglement voor meer info over ons fokbeleid. Neem bij vragen contact op met het secretariaat.

Met dank aan dr. F.C. Stades, dierenarts, specialist oogheelkunde, Diplomate European College of Veterinary Ophthalmologists (ECVO).