Fokreglement

Verenigingsfokreglement (VFR) voor het ras Saarlooswolfhond van de Algemene Vereniging voor Liefhebbers van Saarlooswolfhonden

NB. Dit Verenigingsfokreglement (VFR) is goedgekeurd door de algemene ledenvergadering van de AVLS en door het bestuur van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland. Het is in werking getreden op 1 december 2013. De verplichte tekst vanwege de Raad van Beheer is vet gedrukt.

1. ALGEMEEN
1.1. Dit reglement voor de Algemene Vereniging voor Liefhebbers van Saarlooswolfhonden, hierna te noemen de vereniging, beoogt bij te dragen aan de behartiging van de belangen van het ras Saarlooswolfhond zoals deze zijn verwoord in de statuten en het huishoudelijk reglement van de vereniging. Dit Verenigingsfokreglement (VFR) is goedgekeurd door de algemene ledenvergadering van de vereniging op 19 mei 2012. Inhoudelijke aanpassingen van het VFR kunnen uitsluitend plaatsvinden met instemming van de algemene ledenvergadering van de vereniging.
1.2. Dit Verenigingsfokreglement (VFR) geldt voor alle leden van de vereniging voor de Saarlooswolfhond.
1.3. Het bestuur van de vereniging verplicht zich, de door de Algemene Vergadering van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland vastgestelde wijzigingen van het Kynologisch Reglement (KR), die betrekking hebben op dit Verenigingsfokreglement, terstond hierin door te voeren. In tegenstelling tot het gestelde in artikel 1.1 behoeven deze wijzigingen niet de goedkeuring van de algemene ledenvergadering van de vereniging. Dit ontslaat de individuele fokker niet van de plicht, zelf op de hoogte te zijn en te blijven van recente wijzigingen in het KR, ook als het bestuur van de vereniging hier in gebreke blijft.
1.4. Voor wat betreft de omschrijving van de in dit VFR genoemde definities gelden de omschrijvingen zoals vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement en het Kynologisch Reglement van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.
1.5. Voor wat betreft de externe regelgeving gelden de regels zoals vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement en het Kynologisch Reglement van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.
1.6. Inschrijving van een nest in de Nederlandse stamboekhouding (NHSB) door de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland vindt plaats conform de regels zoals vastgelegd in het Kynologisch Reglement.

2. FOKREGELS
Artikel VIII.2 KR in samenhang met regels van de vereniging.
2.1. Een teef mag niet worden gedekt door:

  • haar grootvader
  • haar vader
  • haar broer
  • haar zoon
  • haar kleinzoon

Pups, voortgekomen uit één van de genoemde combinaties, zullen niet in het NHSB worden ingeschreven (Artikel VIII.2 KR en Artikel III.14 lid 1l KR) Naast bovenstaande verwantschappen zijn ook de volgende combinaties niet toegestaan:

Een teef mag niet worden gedekt door:

  • haar halfbroer.

2.2. Herhaalcombinaties:
Dezelfde oudercombinatie is maximaal twee maal toegestaan.
2.2.1. Dezelfde oudercombinatie mag worden toegepast als het gespeende nest uit slechts 1 of 2 pups bestaat. In dat geval kan de fokker maximaal eenmaal een herhaling van deze oudercombinatie toepassen. Als na 4 jaar blijkt dat er met geen enkele nakomeling uit een nest is gefokt, kan de fokker besluiten tot een herhalingscombinatie over te gaan.
2.3. Minimum leeftijd reu:
De minimale leeftijd van de reu op de dag van de dekking moet tenminste 24 maanden zijn.
2.4. Aantal dekkingen:
Een reu mag maximaal 4 nesten voortbrengen. Als geslaagde  dekking geldt een dekking waaruit minimaal één levende pup is voortgekomen en ingeschreven in het NHSB.
NB 1: In bijzondere omstandigheden zal een nest niet worden ingeschreven in het NHSB (artikel III.14 KR). Ook dan wordt uitgegaan van een geslaagde dekking.
NB 2: Indien sperma wordt gebruikt van de reu voor kunstmatige inseminatie (KI), telt dit mee als een ‘dekking’.
2.5. Cryptorchide en monorchide:
cryptorchide of monorchide reuen zijn uitgesloten van de fokkerij.
2.6. Gebruik buitenlandse dekreuen:
Wanneer een lid van de vereniging voor een dekking een niet in Nederlands eigendom zijnde reu, welke wel staat ingeschreven in een door de FCI erkende stamboekhouding, wil gebruiken dan dient deze bij voorkeur te voldoen aan de gezondheidseisen zoals deze door de vereniging gesteld worden.
Daar nog niet elk land dezelfde regels en/of normen hanteert, dient de buitenlandse reu minimaal aan de volgende voorwaarden te voldoen:
a. De reu moet zijn ingeschreven in een buitenlands stamboek van een FCI land, of een land dat door de FCI is erkend, conform het gestelde in artikel III.21 lid 2 KR;
b. De uitslag van de in het betreffende land uitgevoerde gezondheidsonderzoeken en de kwaliteit van het onderzoek dienen vergelijkbaar te zijn met de onderzoeken zoals deze door de vereniging in dit VFR zijn opgenomen.
2.7. Kunstmatige inseminatie (sperma van levende en/of overleden dekreuen):
Als een fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een nog in leven zijnde/of overleden dekreu, dan gelden voor deze dekking de regels van dit Verenigingsfokreglement  alsof het een natuurlijke dekking van de dekreu betreft.
2.8. Dekaangifte: De fokker, lid van de AVLS, kan gebruik maken van de mogelijkheid de dekaangifte te vermelden op de website van de vereniging. De fokker meldt dan de dekking aan het secretariaat van de AVLS. Bij deze dekmelding wordt van beide ouderdieren een kopie opgestuurd van het door de E.C.V.O. afgegeven onderzoeksformulier, het HD onderzoek, het dwerggen onderzoek, het DM onderzoek en bewijs van het DNA profiel van de Raad van Beheer in de databank.
2.9. Geboortemelding, opgaven door de fokker en nestbezoek: De fokker meldt de geboorte binnen 7 dagen schriftelijk aan het secretariaat van de vereniging door middel van een kopie van het geboorteaangifteformulier van de Raad van Beheer.
De melding van de geboorte is vergezeld van een opgave van eventueel doodgeboren pups en direct geconstateerde afwijkingen. Later geconstateerde afwijkingen of sterfgevallen worden bij het nestbezoek door de vereniging of binnen 7 weken na de geboorte schriftelijk aan het secretariaat van de vereniging gemeld. Nestbezoek door de vereniging vindt plaats in overleg met de fokker.

3. WELZIJNSREGELS (Artikel VIII.1 KR)
3.1. Een teef mag niet worden gedekt vóór de dag waarop zij de leeftijd van 24 maanden heeft bereikt.
3.2. Een teef, waaruit niet eerder pups zijn geboren, mag niet worden gedekt na de dag waarop zij de leeftijd van 72 maanden heeft bereikt.
3.3. Een teef, waaruit eerder pups zijn geboren, mag niet meer worden gedekt na de dag waarop zij de leeftijd van 96 maanden heeft bereikt.
3.4. Een teef mag niet meer worden gedekt na de dag waarop haar vierde nest is geboren.
3.5. Tussen de geboortes van twee opeenvolgende nesten van dezelfde teef dient een termijn van minstens 12 maanden te zitten
3.6. Indien de geboorte van het nest voor de 2e maal operatief, door middel van een keizersnede (Sectio Caesarea) heeft plaatsgevonden, wordt de teef niet meer voor de fokkerij ingezet.
3.7. De dekkingen hebben in principe een natuurlijk verloop. Kunstmatige inseminatie kan in uitzonderingsgevallen worden toegepast. Dit wordt door de fokker, met redenen omkleed, gemeld bij de vereniging. De vereniging zal melding maken van de reden(en) waarom de fokker in dit geval bij uitzondering gekozen heeft voor kunstmatige inseminatie.
3.8. Als de fokker dit wenst, kan hij de vereniging om advies vragen bij het maken van een keuze voor een dekreu. De vereniging zal de fokker dan zo informeren dat hij in staat is zelf zijn keuze voor een reu en een reservereu te maken. De fokker is zelf verantwoordelijk voor de partnerkeuze voor zijn teef, voor het nest dat daaruit voortkomt en voor de aflevering van de pups.
3.9. Als de fokker een keuze heeft gemaakt voor een dekreu en een reservereu, kan de vereniging aan de hand van een populatieanalyse nagaan of de voorgestelde fokcombinatie(s) geen te hoog risico oplevert voor de pups met betrekking tot erfelijke afwijkingen die voor de gezondheid en/of het welzijn bedreigend kunnen zijn. De vereniging kan in voorkomende gevallen zich laten adviseren door deskundigen.
3.10. Van beide ouderdieren zal door de eigenaren een DNA monster worden afgenomen volgens de richtlijnen van de Raad van Beheer om het DNA profiel te bepalen.
3.11. Drachtige teven bevallen in principe in de huiselijke kring bij de fokker. Ter advisering en oriëntatie zullen leden van het bestuur in overleg met de fokker het nest bezoeken of iemand die door het bestuur hiertoe is aangewezen. De fokker verleent dan toegang tot het nest.

4. GEZONDHEIDSREGELS
4.1. Gezondheidsonderzoek (screening) ouderdieren: preventieve screening van ouderdieren moet, als het gaat om: HD onderzoek, ED onderzoek, oogonderzoek en doofheidonderzoek, plaatsvinden door deskundigen die erkend zijn door de Raad van Beheer conform de door de Raad van Beheer voor deze onderzoeken opgestelde en/of goedgekeurde onderzoeksprotocollen.
4.2.  Verplicht screeningsonderzoek.
Op basis van wetenschappelijk onderzoek zijn de volgende gezondheidsproblemen binnen het ras vastgesteld en moeten de ouderdieren vóór de dekking worden onderzocht op:

  • Heupdysplasie. Beide ouderdieren zijn op heupdysplasie (HD) onderzocht. Dit onderzoek vindt plaats nadat de ouderdieren minstens 16 maanden oud zijn. De uitslag van dit onderzoek is voor de dekking bekend.
  • Erfelijke oogafwijkingen. Beide ouderdieren dienen ten hoogste 12 maanden vóór de dekking onderzocht te zijn op het voorkomen van erfelijke oogafwijkingen. De honden zijn voor dit oogonderzoek minimaal 22 maanden oud. Nakomelingen van later bekend geworden PRA lijders of lijders aan de erfelijke vorm van cataract worden niet vóór het bereiken van de leeftijd van 36 maanden voor de fokkerij ingezet en ondergaan op een minimale leeftijd van 34 maanden een oogonderzoek. Indien het E.C.V.O. onderzoek is uitgevoerd op of na de leeftijd van 84 maanden (7 jaar) hoeft het onderzoek niet meer herhaald te worden als de hond in een eerder onderzoek is vrijgegeven.
  • Hypofysaire dwerggroei: Ten aanzien van hypofysaire dwerggroei worden beide ouderdieren bij voorkeur onderzocht vóór de dekking. In bijzondere gevallen mag de reu op een later tijdstip getest worden mits de teef vrij is. Van de testresultaten krijgt de vereniging een afschrift.
  • Degeneratieve Myelopathie: Ten aanzien van Degeneratieve Myelopathie worden beide ouderdieren bij voorkeur onderzocht vóór de dekking. In bijzondere gevallen mag de reu op een later tijdstip getest worden mits de teef vrij is. Van de testresultaten krijgt de vereniging een afschrift.

4.3.  Aandoeningen: met honden die lijden aan een of meer van onderstaande aandoeningen mag niet worden gefokt.

  • Honden die (al dan niet voorlopig) “niet vrij” zijn van erfelijke oogafwijkingen PRA en erfelijk cataract.
  • Honden met een HD–C, HD–D en HD–E uitslag.
  • Honden met een knikstaart.
  • Ouderdieren die in een nest lijders aan PRA en/of erfelijke cataract hebben voortgebracht zijn dragers van PRA en/of erfelijke cataract en mogen niet met andere dragers van PRA en/of erfelijke cataract gecombineerd worden.
  • Hypofysaire dwerggroei. Beide ouderdieren worden getest op het gen. Voorafgaand aan de dekking is de uitslag van minimaal een van de fokdieren bekend. Indien een van de fokdieren drager is, zal het uitsluitend worden gepaard aan een fokdier dat vrij is van deze erfelijke afwijking. Van de testresultaten krijgt de vereniging een afschrift.
  • Degeneratieve Myelopathie. Beide ouderdieren worden getest op het gen. Voorafgaand aan de dekking is de uitslag van minimaal een van de fokdieren bekend. Indien een van de fokdieren drager is, zal het uitsluitend worden gepaard aan een fokdier dat vrij is van deze erfelijke afwijking. Van de testresultaten krijgt de vereniging een afschrift.
  • Met honden die lijden aan niet genoemde bewezen, ernstige erfelijke aandoeningen mag niet gefokt worden.

4.4.  Diskwalificerende fouten: met honden met één of meer van onderstaande diskwalificerende fouten  (volgens de rasstandaard) mag niet worden gefokt.

  • agressieve honden
  • andere dan in de rasstandaard genoemde vachtkleuren

4.5. De gezondheidsuitslagen van de ouderdieren worden door de vereniging gepubliceerd.

5. GEDRAGSREGELS
5.1. Karaktereisen: beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen zoals die in de rasstandaard zijn beschreven.
5.2. Verplichte gedragstest: Voor dit ras is een verplichte gedragstest niet van toepassing. Als een buitenlandse reu wordt gebruikt, gelden de regels zoals deze door de Raad van Beheer in overleg met de rasvereniging zijn vastgesteld en schriftelijk zijn vastgelegd in het Verenigingsfokreglement.
5.2.1. Beide ouderdieren zijn geestelijk goed uitgebalanceerd. Met dieren die agressief, overmatig angstig of nerveus gedrag vertonen, wordt niet gefokt. Dit ter beoordeling van de fokker.

6. WERKGESCHIKTHEID
6.1. Voor dit ras is een verplichte werkgeschiktheidtest niet van toepassing.

7. EXTERIEURREGELS
7.1. Kwalificatie:  Deelname aan exposities is niet verplicht.
7.2.Fokgeschiktheidskeuring:  niet van toepassing.

8. REGELS AFGIFTE PUPS, WELZIJN PUPS
8.1. Ontwormen en enten: de fokker draagt zorg voor het deugdelijk ontwormen en inenten van de pups volgens gangbare veterinaire inzichten en voor een volledig door de dierenarts ingevuld en ondertekend Paspoort voor Gezelschapsdieren. De pups dienen bij aflevering adequaat ontwormd te zijn en zij dienen voorzien te zijn van een unieke ID transponder.
8.2. Aflevering pups: de pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de leeftijd van 7 weken. Tussen de eerste enting en de overdracht aan de nieuwe eigenaar moeten minimaal 7 dagen zitten.
8.3. De fokker zorgt voor een volledig door de dierenarts ingevuld inentingsboekje bestemd voor de pupkoper.
8.4. De pups groeien op bij de fokker in huiselijke kring en worden goed gesocialiseerd.
8.5. Bij nesten van honden waarvan bij een van de ouderdieren Distichiasis is geconstateerd, wordt door de fokker met de pupkopers vastgelegd, dat de nakomelingen minimaal 1 maal in hun leven onderzocht worden door een E.C.V.O. erkend  oogspecialist om meer inzicht te verkrijgen op welke wijze Distichiasis bij de Saarlooswolfhond vererft.

9. SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN
9.1. Dit reglement is niet van toepassing op nesten die geboren worden uit een teef gedekt op of voor de dag waarop dit reglement in werking treedt.
9.2. Gezondheidsuitslagen, exterieur-, gedrags- en/of werkkwalificaties die zijn afgegeven en/of voor de inwerkingtreding van dit reglement hebben plaatsgevonden, worden geacht onder de werking van dit reglement te zijn inbegrepen.
9.3. In bijzondere gevallen kan de vereniging bij een besluit met betrekking tot het toestaan van een bepaalde combinatie afwijken van dit VFR, indien de belangen van het ras daardoor worden gediend. Een besluit op basis van dit lid wordt met redenen omkleed naar de leden van de vereniging gecommuniceerd.
9.3.1. De fokker kan ten aanzien van kunstmatige inseminatie, HD uitslagen en exterieureisen, bij uitzondering en in gevallen waar dit wenselijk en nodig is, afwijken van het bepaalde in dit fokreglement. De vereniging zal in al deze gevallen melding maken van de reden(en) waarom de fokker heeft gekozen een uitzondering te maken. Indien het nest niet voldoet aan dit VFR, zal de vereniging dit op de website melden.

10. INWERKINGTREDING
10.1. Dit Verenigingsfokreglement  treedt in werking nadat het reglement is goedgekeurd door het bestuur van de Raad van Beheer conform de artikelen 10 HR en VIII. 5+ 6 KR. (In casu 1 december 2013)

Aldus vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering van de Algemene Vereniging voor Liefhebbers van Saarlooswolfhonden op 19 mei 2012 en door de Algemene Ledenvergadering gewijzigd op 10 april 2016.

De voorzitter, Gerrie Pols
De Secretaris, Marianne Eggink.

download-logoVerenigings Fokreglement